Precies 355 jaar na de ontploffing van het Kruithuis in Delft is de stad opnieuw getroffen door een ramp van ongekende omvang. Om kwart over tien in de ochtend ontplofte een in de Delftse binnenstad gevestigde opslagplaats voor buskruit. De ramp maakte deze keer geen slachtoffers, maar de gevolgen zijn even rampzalig. Alle gebouwen in het gebied dat vroeger bekend stond als de Houttuinen werden zwaar beschadigd en met de grond gelijkgemaakt.
Evenals in 1654 ontbreken details over de oorzaak van de ramp. Van officiële zijde is alleen bekend gemaakt dat Cornelis Soetens, de beheerder van het kruithuis, de opslagruimte was ingegaan om een monster buskruit te halen. Het verhaal gaat echter dat er enkele vonken van zijn brandende lantaarn zijn overgeslagen op het kruit. Korte tijd later vond een reeks zware ontploffingen plaats waarvan het geluid volgens de overlevering tot op Texel te horen was.
Onder de ingestorte gebouwen bevonden zich het vermaarde hotel De Kok en de dansschool Wesseling. Wonder boven wonder bleef een rij huizen langs het Stationsplein gespaard, maar is dusdanig beschadigd dat ook deze huizen zullen worden gesloopt.
De opruimingswerkzaamheden zullen nog maanden duren.
Afbeelding: Gezicht op Delft na de explosie van 1654 – Egbert van der Poel
![]()
