De gemeente heeft weer een nieuwe bezuiniging doorgevoerd. De vijftigduizend euro die was bestemd om de fietsendiefstal te verminderen, wordt ingetrokken. Dit veroorzaakte veel commotie tijdens de afgelopen commissievergadering, omdat veel, heel veel, Delftenaren hier jaarlijks mee te maken krijgen. Van alle Delftse vergrijpen gaat een kwart over fietsendiefstal! Omvang: meer dan twaalfhonderd keer is er afgelopen jaar aangifte gedaan. En dat is een topje van de ijsberg, want ja, wie doet er nog aangifte? Ooit van iemand gehoord dat dat heeft geleid tot een hereniging met het betreffende stalen ros? Oplossingstip van onze burgemeester: laten we als burgers afspreken dat we geen fietsen meer stelen…
In eerste instantie denk je: Heuh?!? Van welke planeet kom jij?, maar als je er wat langer over nadenkt, is het eigenlijk een briljant idee met vele toepassings- en bezuinigingsmogelijkheden. Echt!
We zouden er in één klap mee uit de financiële problemen kunnen zijn en met dit idee zou volgens mij zelfs Griekenland weer kunnen floreren. Want als we nou inderdaad met zijn allen geen fietsen meer zouden stelen, is niet alleen die vijftigduizend euro niet nodig, maar ook twaalfhonderd aangiftes, twaalfhonderd afhandelingen, weet ik hoeveel uren politiecontrole, opsporingsuren en recherche werk. Bij elkaar een gigantische bezuiniging.
Trek dat nou eens door naar bijv. te hard rijden. Als we ons nou eens allemaal aan de snelheid houden. Al die controles, administratie, flitspalen, terugvorderingen: verleden tijd. En als we nou ook altijd op een juiste wijze parkeren. Zelfde verhaal. Of altijd keurig op tijd onze gemeentelijke belastingen betalen. Nooit meer ergens voor in bezwaar gaan. Nooit meer door rood rijden. Je altijd keurig aan de regels van de Sociale Dienst houden. Alles in de prullenbak gooien en niets meer op straat. Ga zo maar door. Dat zou je toch zo kunnen afspreken? Geen regels, geen controles en geen administratieve afhandelingen meer. Driekwart van het overheidspersoneel kan er zo uit!
Briljant idee hé, van onze Bas. Ik zei het toch.
Maar ja, dan moeten we dat wel willen. Én doen!
Bent u daartoe bereid?