Het Midsummer White feest van DJ Luuk bij Dansschool Wesseling was behalve een zeer gezellig, swingend succes, ook meteen een geestelijke afsluiter voor een hoop Delftenaren. Dansend op de diverse muziekstijlen die door de boxen knalden, dwaalden mijn ogen regelmatig af door de ruimte en kwam er zo’n nostalgisch gevoel naar boven.
Ik realiseerde mij dat ik hier voor de allerlaatste keer was en dat dit pand er gewoon niet meer zou zijn over een paar maanden. Dit pand waar ik en zoveel anderen met mij letterlijk voetsporen hadden liggen.
Toen ik een jaar of veertien was vond mijn moeder het nodig dat ik danslessen ging nemen want dat hoorde “bij je opvoeding”. Ik was het er niet echt mee eens (zoals gewoonlijk) en ik kon me wel leukere dingen voorstellen. Het leek me uiterst suf en niet stoer om de Rumba en de Cha Cha Cha te gaan leren terwijl ik zat te popelen om eindelijk naar de disco te gaan. Gelukkig gingen er ook wat vriendinnen dus dat maakte het meteen een stuk minder erg en ineens zagen we nieuwe kansen om leuke jongens te ontmoeten. Wesseling was natuurlijk the place to be voor danslessen en het bleek dat “iedereen” het ging doen. Toch wel cool dus?
Loek Wesseling sr. met zijn donkere, harde stem probeerde ons door de microfoon uit te leggen hoeveel keer we naar links en rechts moesten. Daar stonden we dan die zogenaamde suffe pasjes te leren. Stiekem was het toch wel leuk en vooral gaaf dat er op eigentijdse muziek gedanst werd. De Foxtrot dansen op de Dolly Dots (Love Me Just A Little Bit More) en de Jive leren op Wham (Wake Me Up Before You Go Go) was toch zo slecht nog niet. Als ik die nummers nu hoor, dan associeer ik ze nog steeds met een bepaalde dans.
Het enige probleem iedere week was of je een danspartner zou kunnen vinden voor de avond. Dus afwachten of je “gevraagd” werd, vreselijk! Er was werkelijk niets ergers voor je zelfbeeld dan niet uitgekozen worden en vervolgens als een muurbloempje verplicht aan de kant te zitten. Ben je al zo’n onzekere tiener, word je ook nog eens niet gevraagd. Er zijn daar op die parketvloer heel wat afwijzingstrauma’s ontstaan. Loek had wel kijk op een tienergeest en draaide gelukkig regelmatig de rollen om. Dan riep hij om dat de dames een heer moesten vragen. Dat bood weer perspectief en maakte dat je je weer iets zekerder voelde, ook al ging je met knikkende knietjes die leuke jongen vragen.
70 jaar lang is Wesseling het boegbeeld van de Houttuinen geweest en gaat na de bouwvak nu echt onder de sloophamer. Daarmee verdwijnt er weer een stukje Delftse nostalgie. De nieuwbouw in het voormalig Techniekmuseum zal ongetwijfeld heel fraai worden. Wie weet introduceren ze tzt wel rollator-danslessen voor de mensen van “toen”.
