De zon en het warme weer jagen me vandaag opnieuw de stad in en ik hoop een rustig plekje te kunnen vinden op de altijd zo levendige Beestenmarkt. Mensen kijken en wat lezen in m’n nieuw aangeschafte pokerboek. Want ondanks het feit dat ik een aardig potje kan spelen (al zeg ik het zelf), valt er ook nog een heleboel te leren.
De rust is echter ver te zoeken. Niet dat het nou zo druk is, maar tegenover me zit een accordeonist Franse deuntjes weg te spelen. Van dat lezen komt dus weinig, maar het is een aardig schouwspel om gade te slaan. De man is helaas nog niet zo geoefend en regelmatig stokt de muziek even als hij op zoek gaat naar de juiste toon. Ik vind het op zich wel bewonderenswaardig dat ‘ie het aandurft om in het openbaar z’n kunsten te vertonen nu hij nog niet foutloos kan spelen, maar tegelijkertijd vraag ik me af of het wel zo verstandig is en ben ik benieuwd hoeveel geld er in z’n petje zal verdwijnen. Een hele tijd gebeurt er niks en ik vrees dat ‘ie het vanavond met droog stokbrood moet stellen.
Dan komt er een schuchter, klein mannetje aangelopen. In zijn ene hand houdt ‘ie een grote gele knuffel, in het knuistje van z’n andere hand angstvallig een euromuntje. Ze kijken elkaar even aan. Het mannetje is duidelijk niet bekend met het principe van de pet en wil het muntstukje aan de accordeonist geven. Die twijfelt even, maar besluit dan toch maar om de spanning te breken en het kleinood aan te pakken, hierdoor genoodzaakt om te stoppen met spelen. Wat een briljante zet van het mannetje, bedenk ik. Voor zo weinig geld even rust op het plein. ‘Merci,’ zegt de accordeonist en speelt weer onverstoorbaar verder. ‘Merci,’ denk ik bij mezelf, maar besluit dan toch om ergens anders mijn rust te gaan zoeken.
Uw aller
