Minder broers – wie noemt daar nou een straat naar? Delft dus, tussen de Cellebroerstraat en de Voorstraat ligt hij. In dat kronkelige stukje binnenstad beeld ik mij in dat hier vroeger misschien een megagrote familie heeft gewoond, zoals je ze alleen in oude eeuwen had. Met twintig kinderen waarvan negentien meisjes en één jongen. Stelletje konijnen waren het vroeger wat dat betreft.
Het was een zeer bekende familie met aanzien in het Delftse handelsleven. Iedereen behandelde ze met respect . Er was echter één aspect wat niet respectvol was aan dit gezin, namelijk het laatste kind en ook het enige jongetje. Het ventje leek qua uiterlijk in de verste verte niet op zijn ouders en nog veel minder op al zijn zussen.
Nu kunnen menselijke genen rare bokkensprongen maken zou je zeggen, maar in die tijd was zoiets allesbehalve acceptabel. Verhalen deden dan ook de ronde dat het jongetje buitenechtelijk was, wat natuurlijk een grote schande was. Aldus werd het arme jochie al in zijn prille leven bestempeld als een bastaard en satanskind en werd hij behandeld als uitschot – ook door zijn zussen. Hij werd regelmatig uitgescholden voor het ondergeschoven kindje. Maar al snel kreeg hij de bijnaam die hij nog jaren bij zich zou dragen: de minderbroeder.
Zou een plausibel verhaal kunnen zijn maar in werkelijkheid is de straat vernoemd naar de Minderbroeders die in de 15de en 16de eeuw een klooster in Delft hadden. Het klooster bevond zich op de plek van de huidige Beestenmarkt. Wat die echte Minderbroeders in dat muffe klooster uitspookten, wil ik eigenlijk helemaal niet weten.
