Er is een mooi Frans chanson van Jacques Dutronc over het ontwaken van Parijs om 5 uur ‘s morgens. Ik ben eens gaan kijken hoe Delft er ‘s ochtends vroeg uitziet. Om 7 uur wel te verstaan. Op het Oude Delft is het nog heel stil. Ik hoor alleen de gierzwaluwen boven de stad. Een man in een grijs pak stapt in zijn auto. Zijn stropdas heeft hij in zijn hand. Een kleine bestelbusje brengt brood en gebak bij een hotel. Een aannemer laadt wat platen MDF uit zijn busje. Sommige Delftenaren worden ook vandaag weer gewekt door de irritante waarschuwingspiepjes van een achteruitrijdende vrachtwagen. Via een omweg beland ik op de Paardenmarkt. Er zijn al wat mannen aan het werk met een graafmachine. Een young urban professional brengt zijn zoontje van 2 en een baby naar de kinderopvang. Hij heeft zijn stropdas al wel om. Ik jog verder naar de Markt.
Een kraan tilt de vuilcontainer boven een vrachtwagen en hij wordt voorzichtig geleegd. Stapvoets rijdt een kleine vrachtauto met grote watertanks door de Minderbroerstraat. De collega van de chauffeur spuit met een sproeier heet water langs de gevels. De pisluchtjes van gisteravond spoelen weg door de voegen tussen de straatstenen. De bijna lege fles Canei laten ze staan.
Half 8. Het wordt al drukker. Op het Oosteinde zijn 2 schilders bezig met een rolsteiger. Ik zie steeds meer fietsers op weg naar hun werk of school. Ondanks de recessie zijn er bij het accountantskantoor al 2 man bezig achter hun beeldscherm, van koffie voorzien door een jonge blonde vrouw. De stratenmakers op de Gasthuislaan banjeren door het zand. Ik hoop dat ze hun klus vandaag af kunnen maken. In de bussen die van het station vertrekken zitten nog nauwelijks mensen. Over een uur zullen ze afgeladen zijn. Onder het station worden zoals altijd gratis kranten uitgedeeld. Er liggen nog stapels dode bomen te wachten op de forensen. Tegen 8-en loop ik terug naar huis. Achter de ramen in mijn straat zie ik nu wel beweging, tussen aanrecht en ontbijttafel.
![]()