Ik droom over Delft en over Milène Junius.”
Op een mooie zomerdag staat zij op de Zuidwal stralend wet te houden. Om haar heen mannen staan met camera’s. Op de achtergrond graafmachines en mannen met oranje hesjes. Er knalt een champagnefles open, er wordt geproost en langzaam beginnen de rails te groeien.

De rails kruipen langzaam richting Sebastiaansbrug en strekken zich dan uit over het brugdek. De oude Sebastiaan kraakt en steunt, maar hij houdt het.
De rails groeien steeds verder over de Michiel de Ruyterweg en de Mekelweg. Ze woekeren onstuitbaar voort. Onder de Kruithuisweg door naar een kale woestenij, die op bouwtekeningen Technopolis heet. Helaas liggen de bouwtekeningen diep verborgen in de onderste lade in een bureau van een wegbezuinigde afdeling.
Het zand stuift over de kale vlakte en langzamerhand verdwijnen de rails onder zand en onkruid.
De champagne is op, de glazen zijn leeg en op de Zuidwal wacht Milène Junius, geduldig stralend, op de tram.