K.G.M.De laatste keer dat ik een hallucinerende ervaring had is alweer enige tijd geleden. Daarvoor moeten we terug naar m’n diensttijd, waar het de gewoonte was om regelmatig met elkaar softdrugs te gebruiken. Iets wat ik voor die tijd niet kende en na die tijd ook nooit meer gedaan heb. Het was op het strand van Scheveningen en na de inname van een onbekend goedje zag ik uit het water een aantal vreemde wezens het zand op kruipen. Gelei-achtig met tentakels en ze zagen er helemaal niet zo vriendelijk uit. Ik besloot om daarna nooit meer iets te slikken wat ik niet kende en zelfs alcohol vermijd ik om die reden sinds die tijd.

Tot ik vorige week in allerhaast de Goeman Borgesiusstraat in scheurde. Opnieuw zag ik iets dat alle realiteitszin tartte en niet thuishoorde in mijn wereldbeeld. Had m’n vrouw vanmorgen iets in m’n koffie gedaan, behalve melk en suiker? Nee, dat zou ze nooit doen, dat wist ik zeker. Ik kon nog net op tijd m’n auto met piepende remmen tot stilstand brengen en vertwijfeld stapte ik uit om het eens nader te onderzoeken. Twee kleine gele mannetjes stonden daar. Een rood petje op hun hoofd en een stokje in de hand met een oranje vlaggetje ten top. Op hun buik stond het Engelse ‘slow’ te lezen, maar dat was voor een gemiddelde automobilist natuurlijk niet op te merken. Zeker niet als die, zoals ik, met volle snelheid de bocht naderde en ineens geconfronteerd zou worden met deze aliens.

‘Klootzak!’ hoorde ik in m’n linkeroor een vrouw schreeuwen. Ze rende op me af en greep me beet. ‘Je bent al de zoveelste vandaag die veel te hard door onze straat scheurt. Wat denk je waarvoor deze K.G.M.’s dienen? Het is hier al onveilig genoeg voor kinderen en helemaal als iedereen in volle vaart voorbij vliegt.’ ‘K.G.M.’s?’ stamelde ik verbaasd. ‘Ja, K.G.M.’s. Kleine Gele Mannetjes. Ze zijn hier speciaal neergezet om de snelheid eruit te halen, maar eikels zoals jij denken alleen maar aan zichzelf.’ ‘Nou,’ probeerde ik de situatie te nuanceren, ‘ten eerste zijn ze wel erg klein en ten tweede staan ze gevaarlijk in de weg. En als je echt wilt dat ze resultaat sorteren moet je er niet zo klein en niet in een voor sommigen onbegrijpelijke taal ‘slow’ opzetten. En daar komt bij dat ik nu volkomen stil sta, dus wat is nou eigenlijk je probleem?’

Ik zag in haar ogen dat ze begrip had voor mijn argumentatie maar toch bond ze maar weinig in. ‘Je moet sowieso niet zo hard rijden, waar is dat nou goed voor?’ probeerde ze nog, maar ik was alweer in m’n auto gestapt. Ik had geen tijd voor deze onzin en moest er vandoor. ‘Laat de gemeente drempels leggen,’ zei ik nog, de vrouw perplex achterlatend. Het leek alsof ze over die mogelijkheid nog niet had nagedacht. Bij het kruispunt keek ik in m’n achteruitkijkspiegel en zag haar peinzend terug haar huis inlopen. Ik wachtte even tot de blauw-rood gestreepte zebra van rechts, met op zijn rug een piccolo spelende fakir inclusief tulband, het kruispunt was overgestoken (ik wist namelijk niet zeker of deze voorrang had) en vervolgde mijn weg.

Toen ik een week later weer de Goeman Borgesiusstraat door moest, waren de K.G.M.’s verdwenen. Binnenkort zullen er wel drempels liggen, dacht ik. Toch jammer dat ze dat nou niet zelf konden bedenken.

Uw aller





1 Reactie

  • Suzanne zegt:

    Fijn om te lezen dit. Ik dacht ook even dat ik misschien wat gebruikt had zonder het te weten.

    Geplaatst op 27 juni 2009 om 15:45