Uurwerk en klok (links).

Er kleven veel raadsels aan het uurwerk van de Evangelisch-Lutherse gemeente. Dit is na 175 jaar wegroesten gerestaureerd en vanaf Monumentendag weer te horen vanuit de toren van de 15e-eeuwse kerk aan het Noordeinde. Vandaag (zaterdag) was het uur- en slagwerk zelfs in volle glorie te zien bij de officiële oplevering ervan, voordat het uit elkaar wordt gehaald en de toren in gezeuld om gereed voor gebruik te maken.

Het exacte bouwjaar is onbekend – maar in elk geval dateert het van even vóór 1600. Aanvankelijk was het een waaguurwerk en na de uitvinding van het slingeruurwerk in de 17e eeuw is het omgebouwd. De torenklok is aan deze vernieuwing nooit aangepast. Die telt als authentieke waaguurwerkklok nog steeds slechts één wijzer voor de uren.

Een grotere vraag dan die naar het bouwjaar is echter: hoe is het uurwerk ooit in de kerk beland? De archieven van de huidige gebruiker spreken daar niet van. Maar zo’n goeddeels smeedijzeren uurwerk even stiekem naar binnen smokkelen lijkt uitgesloten. Zonder gewichten weegt het al zo’n 300 tot 400 kilo. Hebben de katholieke stichters van de kerk (eigenlijk een kapel van het Sint Joris Gasthuis) het vóór de reformatie soms klaargespeeld? Geen idee.

Bewoners van het Noordeinde, Kolk en omgeving moeten nog even geduld hebben voordat zij het geluid van een klok uit 1548 (dat jaartal is weer wel bekend) weer kunnen horen. Vanaf 12 september laten uur- en slagwerk, klok en torenklok weer in eendrachtige samenwerking de hele en halve uren horen en zien. Na 175 jaar stilstand wordt dat ook wel tijd. Die tijd zal trouwens exact worden aangegeven – daar zorgt een radioverbinding met de atoomklok voor.