Wie heeft er nou niet zijn eerste pasjes gedaan bij Wesseling? Quick, quick, slow, quick, quick, slow of een weense, één, twee, drie, één, twee, drie. Als je het dan al niet zelf hebt gedaan dan toch wel zeker vrienden, de buren of klasgenoten. En met zeer grote waarschijnlijkheid hebben je ouders elkaar leren kennen tijdens één van de enerverende danscursussen bij dit Delftse fenomeen.

Elke week op het fietsje naar de Houttuinen, naar dat prachtige pandje, met zijn karakteristieke geveltje, waar je, vol met je verlegenheid, zo graag met dat ene meisje wilde dansen, maar altijd uitkwam bij een ander. En steeds weer een nieuwe week, een nieuwe droom en opnieuw proberen.

Hoeveel dromen zijn er uiteengespat toen dit pand in een vloek en een zucht ter aarde werd gehaald? De grote stalen bal die al het moois rondom het station heeft neergemaaid, was ook dwars door de neonletters van Wesseling gegaan. Althans dat dacht ik.

Maar wat blijkt! Nog niet alles is verloren. Er zijn nog Delftenaren met een Delfts hart! Die prachtige gevel, al dat glas in lood, dat mooie erkertje, dat is er allemaal nog! Jawel! Ergens opgeslagen staat het hele aanzien van Wesseling nog te pronken. Gewoon opgekocht, door dat Delftse hart, afgevoerd en met de bedoeling het weer op te bouwen als eindelijk de tunnel dicht is, het water weer door de nieuwe gracht stroomt en alle ambtenaren in het nieuwe stadskantoor aan het werk zijn. Misschien als museum, misschien als café, misschien als heel iets anders, maar waar je wel weer kan binnenlopen, weer kan dromen, je de muziek weer om je heen hoort en je weer op zoek kan gaan naar dat ene meisje…

 Prachtig toch? Eerst maar eens zien. Het afbreken ging “quick, quick”, het opbouwen waarschijnlijk “slow”…





1 Reactie

  • Agneta zegt:

    Hier heb ik ook heel wat voetspoortjes liggen en is mijn hartje menigmaal gebroken. Echt jeugdsentiment zeg. Zie ook blog: de dames vragen een heer

    Geplaatst op 28 juni 2010 om 12:12