Het pinksterweekend staat in het teken van het eerste culturele weekend van Delft Cultuurjaar 2009. Nou is cultuur niet echt mijn ding, maar het mooie weer en de belofte een mooie vrouw te mogen zien en horen zingen lokken me toch naar het Vesteplein.
Mooi is ze zeker, deze Delftse Ricky Koole, en zingen kan ze geweldig. Vreemd dat ik nog nooit van haar gehoord heb en jammer dat ik haar nooit eerder in het wild ben tegen gekomen. Nou ja, ik ben gelukkig getrouwd, dus veel verschil had het toch niet gemaakt.
Ze zingt voornamelijk Amerikaanse nummers uit het Zompige Zuiden. Blues, Americana, Soul. Ik heb er helaas net te weinig verstand van om het precies te kunnen typeren, maar haar stem heeft iets weg van Dolly Parton. Er zitten weinig nummers tussen die ik ken, maar dat veranderd met ‘House for sale’ van Lucifer en een oudje van Bob Dylan.
Na afloop van het helaas veel te korte concert loop ik verlegen naar haar toe. ‘Dat was geweldig,’ zeg ik en geef haar een briefje met m’n mobiele telefoonnummer erop. Ze pakt het lachend aan en beloofd me om een keertje af te spreken. Het oude Steely Dan nummer ‘Rikki, don’t lose that number’ dringt zich op in m’n hoofd en ik hoop maar dat deze Ricky mijn nummer ook niet zal verliezen.
Dan schrik ik op uit m’n overpeinzing en hoor haar zeggen dat het helaas alweer het laatste nummer is dat ze gaan spelen. Iets van Aretha Franklin. Ik kijk naar het briefje in m’n hand, verfrommel het en gooi het in de dichtsbijzijnde prullenbak. Met de wegstervende klanken van Ricky in m’n hoofd loop ik mistroostig de binnenstad van Delft in.
Uw aller
