Ja, daar loop je dan, als nietsvermoedende Delftblogger. Op je laaggehakte laarzen door de binnenstad, net uit de tram gestapt, op weg naar een etentje. Vrolijk grappend over de enorme chaos bij het station, die steeds maar groter lijkt te worden stap je langs het oude politiebureau (nu iets van de gemeente) het steegje in, kijkt goed om je heen want veel snelle fietsers en steekt over.
En dan: ineens een oneffenheid, een duidelijk voelbare klik en ja hoor, daar gaat ie. Mijn enkel klapt dubbel en ik verlies dus mijn evenwicht. Geen probleem, denk ik nog, dit vang ik altijd makkelijk op. Maar niet dit keer. In slowmotion merk ik dat mijn andere voet het evenwicht niet kan herstellen en ik denk nog “shit, dit wordt vervelend”.
Nog steeds in slowmotion voel ik mezelf naar voren vallen en steek in mijn handen uit. Ik knal languit op mijn buik en handen op de stoep van, jawel, de Barbarasteeg.
Als ik ga zitten voel ik al dat ik niet “gewoon” door mijn enkel ben gegaan, dit doet echt pijn. omdat ik niet kan staan zit ik vijf minuten op de grond in de steeg. En dat terwijl ik mijn prins eindelijk los heb geweekt van zijn witte paard, dus lopen moet ik hoe dan ook.
Na die vijf minuten gaat dat ook min of meer, en we gaan gewoon richting etentje. Helaas wordt de pijn tijdens het etentje steeds erger (zelfs de wijn hielp niet) en kan ik dus nauwelijks meer lopen tegen de tijd dat we uitgegeten zijn. Met de taxi naar huis, schoenen uit, en constateren dat de boel wel héél scheef staat mondt dus uit in een middernachtelijk tripje naar Huisartsenpost en SEH. Zwaargekneusd is het uiteindelijke oordeel.
Barbara vs. Steeg: 0-1
