De reuzenberenklauwen (Heracleum mantegazzianum) schieten overal in Delft weer als paddestoelen uit de grond. Paddestoelen laat men ongemoeid, maar de reuzenberenklauw zit in het verdomhoekje.
Vroeger deed er in Delft een verhaal de ronde dat kleine kinderen door de reuzenberenklauwen aan stukken gescheurd werden. Tsja, die naam hè.
Het verhaal is later afgezwakt: als je je insmeert met het sap uit stengels of bladeren, dan kun je rode vlekken of blaren krijgen. Maar het kwaad was al geschied: bezorgde ouders kregen de gemeente zover dat de reuzenberenklauw bestreden wordt, ook al is-ie niet gevaarlijker dan een brandnetel.
Ik vraag me af wanneer de dienst Groenvoorziening in aktie gaat komen langs het Kruithuispad. Vrijdagmiddag waren er al mannen bezig om wat overhangende takken van wilgen af te zagen: kansloze actie.
Die bomen groeien maar door en dat loopt ieder jaar weer uit de klauwen. De berenklauwen lieten ze nog ongemoeid. Daar beginnen ze later aan, maar pas nadat een bezorgde ouder de kersverse wethouder heeft gemaild of getwitterd.
De uitgaven van de gemeente Delft zijn ook behoorlijk uit de klauw gelopen. Er zal bezuinigd moeten worden. Zullen de berenklauwen over 5 jaar nog steeds worden bestreden?
Zullen het vakteam Milieu en het beheer van het openbare groen de bezuinigingen ongeschonden overleven?
De reuzenberenklauwen wel.