Tijdens de wekelijkse beleggingsborrel bij hem thuis verzekerde mijn vriend en bankdirecteur mij dat de eurocrisis is ingedamd. “De Italiaanse premier Monti en zijn Griekse collega Papademos hebben hard ingegrepen. Die jongens hebben het begrepen”, lachte hij. Hij bracht het glas cognac naar de lippen en genoot zichtbaar van een teugje drank.

“Maar de afwaardering door Moody van zes Europese landen dan”, wierp ik tegen. “Ach, Moody’s afwaardering. Let daar maar niet meer op”. Hij schoof een toastje met kaas naar binnen en glimlachte vaagjes. “Let liever op Mario Draghi, die heeft namens de Europese Centrale Bank enkele honderden miljarden in de Europese banken gepompt,” ging hij bemoedigend verder. Mijn wenkbrauwen gingen langzaam omhoog. Hij zag het en legde uit: “Dat kunnen de banken weer gebruiken om staatsleningen te kopen. Ideaal toch?” Ik knikte nu op gelucht en nam ook maar een slokje. “Dan kunnen we het aanstaande weekend zorgeloos carnaval vieren?” vroeg ik lichtjes opgelucht. “Het enige waar jij je zorgen over hoeft te maken is je kredietwaardigheid bij de kasteleins. Laat de bank maar aan mij over. Dat komt goed”, verzekerde hij. Wat is het toch een heerlijk gevoel als je weet dat je geld veilig bij je vriend de bankdirecteur in de kluis ligt. Ik gun iedereen zo’n vriend en wens je veel plezier in Kabbelgat.

Jesse Plaats