Ten westen van Tanthof ligt een bult in het Midden-Delfland: het zandlichaam van de A4. Ik weet niet zeker of het wel bij Delft hoort, maar ik ga er graag hardlopen.
Het is een rustig natuurgebied, al 30 jaar lang. IJsbrand Chardon oefent er met zijn vierspannen, motorcrossers ploegen soms stukken gras om met hun terreinbanden.
Andere Delftenaren laten er hun hond uit of gaan met hun kinderen vliegeren. En ik vind dat het zo moet blijven.
In de jaren 70 van de vorige eeuw is het zand gestort om de bodem te verstevigen voor de aanleg van de A4. Maar al ruim 35 jaar verzetten natuurbeschermers en actiegroepen zich tegen de aanleg van die plak asfalt tussen Delft en Schiedam. Met succes. Vele ministers van Verkeer en Waterstaat beten hun tanden stuk op de vasthoudendheid van de actievoerders en de traag voortslepende juridische procedures.
Onze nieuwe minister van Asfalt Camiel Eurlings is vol goede moed begonnen en vastberaden om die laatste 8 kilometer snelweg eindelijk te voltooien. Maar misschien zal hij ook vastlopen in een doolhof van commissies en rapporten.
Vorige week las ik in de krant, dat een commissie van deskundigen het alternatief voor de A4, verbreding van A13 en A16 gelijkwaardig acht aan de aanleg van de A4 door het Midden-Delfland. Voor behoud van natuur en landschap verdient verbreding van de A13 zelfs de voorkeur.
Van zulke krantenberichten word ik blij.
![]()